Onroerende zaken en box 3. Een hard gelag!

Jan Willem van de Stouwe is sinds begin jaren 90 werkzaam in de fiscale adviespraktijk.

De rechten van de mens zijn gewaarborgd in het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens (EVRM). Een van de rechten is het ongestoord genieten van eigendom. Belastingheffing over eigendom mag dus niet leiden tot een aantasting van eigendom.

De Nederlandse regering is door het Europese Hof op de vingers getikt. De belastingheffing over spaartegoeden tot en met het jaar 2021 was in strijd met het recht op eigendom.

De Wet Inkomstenbelasting 2001 voorzag in een fictieve heffing van 4% over bank- en spaartegoeden. Dit fictieve inkomen werd belast tegen een tarief van 30%. Aldus werd netto 1,2% belasting betaald over bancaire tegoeden.

Echter, in vele voorgaande jaren leverde een bancair spaartegoed een uiterst laag of zelfs negatief rendement op. De fiscus hield stug vol. Het fictieve rendement bleef 4%, totdat de Hoge Raad op 24 december 2021 er klaar mee was. Onroerende zaken, ongeacht het rendement, werden ook belast tegen netto 1,2%.

Er mocht rekening worden gehouden met een waardedrukkende factor als de huurder huurbescherming genoot. Een verhuurde woning met een waarde van € 200.000 werd op basis van de leegwaarderatio in de heffing betrokken tegen een waarde van € 140.000. In casu moest dus € 1.680 afgetikt worden.

Hoe wordt hetzelfde pand medio 2024 in de heffing betrokken? Leegwaarderatio afgeschaft, WOZ verdubbeld, fictief rendement 6,04% belast tegen 36%. Aldus bedraagt de verschuldigde box 3 belasting € 8.884. Dat is een verhoging van 528%. Daarnaast zijn er vergroeningseisen, een puntensysteem, en is financiering aftrekbaar tegen 2,46%. En tsja, Prinsjesdag 2025, een fictief rendement van 7,78%.

Conclusie: Het verhuren van een woning gaat geld kosten!

Advies: Bezwaar maken tegen de definitieve aanslag inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen van alle nog openstaande jaren.



Page 32 Page 34


return to main site-map