Wat is een familiebedrijf?
Simpel gezegd is een familiebedrijf een onderneming waarin één familie de zeggenschap heeft, actief betrokken is bij de leiding en de ambitie heeft het bedrijf over te dragen aan een volgende generatie. Maar die definitie vertelt slechts de helft van het verhaal. Een écht familiebedrijf herken je niet aan de statuten, maar aan de manier waarop beslissingen worden genomen. Bij iedere belangrijke keuze zit de volgende generatie, soms zichtbaar en soms onzichtbaar, aan tafel.
Mijn vader en moeder waren eigenlijk nooit vrij. Ze hadden een boomkwekerij op de grens van Alphen aan den Rijn en Boskoop. Het bedrijf lag achter ons huis. Er was geen hek tussen werk en privé. Sinterklaas was welkom op pakjesavond, maar pas nadat het werk was gedaan. En als de telefoon ging terwijl de aardappels werden opgeschept, werd er gewoon opgenomen. De kwekerij bepaalde het ritme van ons gezin.
Mijn ouders bouwden niet alleen aan een bedrijf, ook aan een gezin. Die twee liepen voortdurend door elkaar. Wat goed was voor de kwekerij, was niet automatisch prettig voor ons thuis. En andersom. Meestal begon de dag voor hen om zes uur ‘s ochtends. En na het avondeten trokken mijn ouders opnieuw hun werkkleren aan. Zaterdag was een gewone werkdag en als het seizoen daarom vroeg, gold dat soms ook voor zon- en feestdagen. Wij waren met vijf broers. Geen zussen. Ik ben nummer vier. Nummer twee, Tonco, wist al op jonge leeftijd dat hij de kwekerij wilde overnemen. Voor de andere vier was dat geen probleem. Hij was de logische opvolger en wij wilden een ander carrièrepad volgen. Dat zorgde voor rust binnen de familie. Want in veel familiebedrijven wordt het ingewikkeld als de volgende generatie zich in meervoud aandient. Dan kan de familie zomaar de grootste concurrent van het familiebedrijf worden.
Andere bedrijven
Nederland telt bijna 300.000 familiebedrijven. Slechts één op de zeven Nederlandse bedrijven wordt door een familie gerund, maar samen zorgen ze wel voor bijna één op de drie banen. Daarmee vormen zij een belangrijk fundament onder onze economie. Opvallend genoeg zijn familiebedrijven gemiddeld financieel stabieler dan andere ondernemingen. Ze investeren vaker met eigen vermogen, kijken verder vooruit en blijken economische tegenwind vaak beter te doorstaan. Zijn familiebedrijven daarmee betere bedrijven? Nee. Het zijn vooral andere bedrijven.
Rentmeesterschap
Waar bij veel ondernemingen rendement en aandeelhouderswaarde zwaar wegen, speelt binnen familiebedrijven vaak nog een andere gedachte: wat laten we achter voor de volgende generatie? Terwijl de beurs vraagt wat een bedrijf volgend kwartaal waard is, wil de familie dat het bedrijf er over dertig jaar nog is.
Een familieondernemer bouwt altijd aan twee zaken tegelijk: aan een gezond bedrijf en aan een gezonde familie
Een familiebedrijf vraagt zich niet alleen af hoeveel winst een investering oplevert, maar ook of die investering het bedrijf over twintig jaar nog steeds sterker maakt. Niet alleen of een medewerker rendeert, maar ook of hij over tien jaar nog steeds onderdeel van het team is. Niet alleen hoe goedkoop een leverancier vandaag is, maar ook of je in de toekomst nog steeds prettig zaken met elkaar doet.
Dat heet rentmeesterschap: tijdelijk iets beheren met het doel het beter door te geven dan je het zelf aantrof. Een familieondernemer bouwt altijd aan twee zaken tegelijk: aan een gezond bedrijf en aan een gezonde familie. Die belangen lopen niet altijd gelijk op. Wat zakelijk verstandig is, kan binnen de familie diepe wonden slaan. En wat de vrede aan de keukentafel bewaart, kan voor de onderneming juist een slechte beslissing zijn.
Moeilijkste dilemma
Waar familie en onderneming samenvallen, lopen emoties en zakelijke belangen voortdurend door elkaar. Daar ontstaat het moeilijkste dilemma van ieder familiebedrijf: wanneer moet het belang van de onderneming voorgaan en wanneer het belang van de familie?
Soms krijgt een zoon de leiding omdat hij de zoon is, niet omdat hij de beste bestuurder is. Maar het omgekeerde komt ook voor: iemand heeft alles in zich om het familiebedrijf voort te zetten, maar kiest bewust voor een ander leven. En daarmee komt iedere ondernemersfamilie vroeg of laat voor dezelfde vraag te staan: telt afkomst of tellen ambitie en geschiktheid? Want een bedrijf kun je erven, ondernemerschap niet. De beste opvolger is uiteindelijk degene die niet alleen de capaciteiten heeft, maar het bedrijf ook werkelijk als zijn of haar levenswerk ziet.
Daarnaast kunnen familiebedrijven warm zijn, maar ook benauwend. Loyaliteit kan omslaan in vriendjespolitiek. Kritiek wordt al snel ervaren als verraad. Een conflict over een investering is zelden alleen een conflict over een investering. Het gaat ook over vertrouwen en erkenning. Over wie vader vroeger altijd gelijk gaf. Over de broer die zich al jarenlang tekortgedaan voelt. Over de dochter die minstens zo geschikt is als haar oudere broer, maar het gevoel heeft zich voortdurend te moeten bewijzen. In een gewoon bedrijf ga je na een stevige vergadering naar huis. In een familiebedrijf zit je 's avonds met dezelfde mensen aan de stamppot. Dat is soms mooi en soms buitengewoon ingewikkeld.
Professioneel bestuur
De grootste bedreiging voor een familiebedrijf komt dan ook lang niet altijd van buiten. Soms zit die gewoon aan de keukentafel. De geschiedenis van veel grote familiebedrijven laat die worsteling zien: hoe bescherm je de onderneming tegen de familie zonder het familiekarakter van de onderneming te verliezen?
Daarom investeren succesvolle familiebedrijven steeds vaker in professioneel bestuur. Bedrijven als Swinkels Family Brewers en De Heus Voeders werken met duidelijke afspraken over eigenaarschap, bestuur en toezicht. Niet om de invloed van de familie uit te wissen, maar om het bedrijf tegen de zwakke kanten van de familie te beschermen. Professionaliseren betekent niet dat je het familiekarakter opgeeft, maar dat je voorkomt dat emoties automatisch zakelijke besluiten bepalen.
Liefde en leiderschap
Het succes van een familiebedrijf zit volgens mij in de manier waarop de familie met zichzelf omgaat. De kunst is niet om het belang van het bedrijf altijd boven dat van de familie te stellen, of andersom. De kunst is om op tijd te herkennen wanneer die twee belangen uit elkaar beginnen te lopen. De sterkste familiebedrijven begrijpen dat liefde en leiderschap niet hetzelfde zijn en dat een achternaam geen garantie is voor succes. Liefde maakt een familiebedrijf sterk. Maar diezelfde liefde kan het ook moeilijk maken om de zakelijke beslissing te nemen die eigenlijk nodig is. Toen ik jong was, dacht ik dat onze boomkwekerij gewoon een plek was waar hard werd gewerkt. Nu zie ik dat anders. Ik zie een man en een vrouw die iedere ochtend vroeg opstonden omdat ze geloofden dat ze iets konden bouwen dat langer zou meegaan dan zijzelf. Ze werkten niet voor aandeelhouders. Niet voor een bonus. Niet om een zo hoog mogelijke bedrijfswaardering te realiseren. Ze werkten voor continuïteit.
Gezond bedrijf, gezonde familie
Natuurlijk hoopten mijn ouders dat de kwekerij zou blijven bestaan. En dat gebeurde. Tonco nam het bedrijf over en de andere vier broers kozen hun eigen weg. Maar er was iets wat mijn ouders minstens zo belangrijk vonden. Ze hoopten dat hun vijf zoons elkaar nooit zouden kwijtraken. Ook dat is gelukt. Dat vind ik de mooiste vorm van rentmeesterschap: niet alleen een gezond bedrijf doorgeven aan de volgende generatie, maar ook een gezonde familie.